Naakte geile meiden grote lul in klein kontje

naakte geile meiden grote lul in klein kontje

Hier is echter geen hard bewijs voor, benadrukt hij. Meestal omdat er nog wat sperma achter is gebleven in je urinebuis, waardoor er een opstopping plaatsvindt. Als de rare boog van je straal niet snel normaliseert, kan het zijn dat je wat littekenweefsel of een SOA hebt. Dit is genetisch bepaald, zegt dr. Mannen die in flauwe toestand al een behoorlijk toestel hebben, groeien meestal iets minder tijdens de erectie. Dit verschilt natuurlijk erg per man, voegt Sonstein hier aan toe. Meestal ligt het probleem bij stress of relatieproblemen.

Als je veel druk voelt of bang bent om te falen, kunnen de problemen zich verergeren. Zo kan je moeite krijgen om een erectie te kweken. Zodra jij je jezelf vertrouwen weer terug wint, verdwijnt dit weer, zegt dr. Zo krijgt de patiënt zijn zelfvertrouwen weer terug. Sixpack Workoutschema's Home workout Hardlopen Doe de test.

Je penis Standjes Meer sex Doe de test. Recepten Eetschema's Eiwit Doe de test. Stress Lezersvragen Doe de test. Grooming Doe de test Lezersvragen Stijltips man en pak. Zo maak je jouw lichaam volledig zomerproof.

Sunnery James toont zijn superfitte body voorop de nieuwe Men's Health. Dit is de indrukwekkende workout en body van rapper Bizzey. Wat fitness met mijn zelfbeeld heeft gedaan.

Hoeveel gram eiwit heb je écht nodig op rustdagen? Waarom je echt een keer met je vriendin op roadtrip moet. IPA's zijn beter voor je gezondheid dan normaal bier. Met deze training verbrand je kcal in 45 minuten. Zes dingen die je moet weten voordat je veganist wordt. Is dit uitshirt van Nieuw-Zeeland één van de dikste releases dit jaar? Bereken je caloriebehoefte, doe de test! Met deze workout bouw je een body als Boomsma. Waarom sex de perfecte afvalmethode is.

Plekken die nog gevoeliger zijn dan haar G-spot. Dit achterste, en meer bepaald de anus, is de plaats waarin zij zich de libertijnse apathie het meest eigen heeft gemaakt. Ze lijkt het ook als haar taak te beschouwen de gevangenen tot die apathie op te leiden. Nadat een meisje wenend en kokhalzend de versgelegde stront van de hertog heeft moeten opeten, zegt zij: Om zich dit apathische, soevereine genot eigen te maken, hebben de vrouwen een zware prijs moeten betalen.

Het zijn wandelende kadavers. Zij zijn niet de fatale vampierenvrouw, zij werden omgekeerd door hun libertijnse meesters uitgezogen en als lege hulzen achtergelaten. Het zijn onwerkelijke, spookachtige wezens zonder binnenkant. Net voor ze hun kamer uitgaan en de trap afdalen om te gaan optreden in de orgiezaal, glimlachen ze tegen zichzelf in de spiegel. Er is niets doodser en sterieler dan de ceremoniële glimlach die de dames met zichzelf uitwisselen.

Het laatste verhaal wordt met een hese grafkelderstem verteld door de in een lang wit kleed gehulde Signora Castella. Ook de meisjes, die verspreid over de vloer toehoren, zijn in witte gewaden gehuld. Aldus culmineren de verhaalsessies van de dames in een plechtige ode aan een superslechterik die vrouwen als stront behandelt, of beter, die ze met hun stront identificeert.

Scatologische motieven komen ook al voor in de hoofse liefde. De dichter prefereert de peniale boven de orale sodomie, en wel omdat deze de toegang tot haar cloaca gesloten houdt.

De penis penetreert maar dient ook als een prop die afsluit en de helse genotssubstantie van de vrouw op afstand houdt. Op die manier doet hij dienst als fallus: Hij neemt de inhoud van de darmen van de meisjes in zijn mond. Maar dat is nog niet het belangrijkste. Het meest wezenlijke is dat de opdracht niet uitgaat van de vrouw. Het is de man die de vrouw het bevel geeft zich in zijn mond te lozen. Hij is het die zich het goddelijk-duivelse genot, dat volgens zijn fantasma in de leegte van haar cloaca woedt, wil toe-eigenen.

Hij zet actief en autoritair in scène hoe hij daadwerkelijk door haar genot wordt overspoeld, terwijl de hoofse dichter met zijn poëzie en omslachtig ceremonieel daar juist een dam tegen opwerpt. Zoals gezegd wordt de grillige vrouw in de hoofse poëzie op de plaats gezet van een afwezige God. De dichter verkiest de grillige dame omdat hij onbewust vreest dat wat God van hem zou kunnen vragen, veel erger is.

De sadeaanse libertijn is uiteraard atheïst. Vanuit dit theologisch fantasma wordt de enorme nadruk op stront, met name op het eten ervan, in bijvoorbeeld  De dagen  enigszins begrijpelijk. Hij is immers een God die stront produceert, dit wil zeggen een God die ervan geniet elke levensvorm tot een amorfe, rottende substantie te herleiden. De meest radicale manier om zich hiertegen te wapenen, bestaat erin dat men zich met die rottende substantie identificeert.

Vandaar dat de stront voor de libertijn de meest goddelijke, precieuze substantie is. Alleen zo kan men deelhebben aan het boosaardige genot van God zelf, een genot dat voorbij elke normale lust ligt —  jenseits des Lustprinzips. De libertijn die stront eet, is immuun voor de schijtende God, voor zijn ondoorgrondelijke wil tot destructie. Dit is de meest eerbiedwaardige rol die de vrouw toebedeeld krijgt in het sadeaanse universum: Wat de libertijn zich hier laat schenken, is zijn eigen nakende verrotting.

Hij laat zich de eigen dood opdienen door een mooie, kakkende vrouw. De kakkende vrouw incarneert de kakkende God, de God die alles in kak verandert en hierbij oneindig geniet; alleen schijnt de vrouw dit niet te beseffen en daardoor maakt ze van het genot dat in haar darmen woedt niet het juiste gebruik.

De libertijn, die als pervert de wetenschap van het genot meent te bezitten, is daar wel toe in staat. De vrouw heeft de libertijn als leraar of ceremoniemeester nodig om het genot te bevrijden dat ze in zich draagt, dat ze beleeft zonder het te kennen en juist hierdoor eigenlijk niet werkelijk beleeft.

Dit lijkt wel het definitieve einde van de hoofse liefde. Eigenlijk had signora Maggi reeds aan het einde van het tweede hoofdstuk,  De cirkel van de stront , het meest radicale excrementiële fantasma geopenbaard.

Dit kan wel zonder overdrijven diabolisch worden genoemd. De stront van de ter dood veroordeelde windt de libertijn op omdat hij er een product in ziet van haar angst, die doodsangst is, en die voortkomt uit de absolute onmogelijkheid van de vrouw zich aan de dood over te geven, zich weg te geven aan het niets van de dood en daar enig genot aan te beleven.

Wat de libertijn opwindt is dat de vrouw, die zichzelf niet kan weggeven, ondanks zichzelf in haar stront toch iets weggeeft. In het fantasma van de libertijn laat de vrouw het leven, waaraan zij vasthoudt, in haar stront toch los. De dood die voor haarzelf een afschuwelijke onvermijdelijkheid is, wordt in haar stront een gave.

Haar stront is vervuld van angst voor de dood, maar is ook verzadigd van een lust die de keerzijde is van die angst. Het gaat om een dodelijke lust voorbij elk banaal, egoïstisch plezier, een lust waarvan zij niets weet en die de libertijn als het ware komt afromen. Als een soort libidinale kapitalist strijkt de libertijn de meerwaarde-aan-lust op die — volgens zijn fantasma — het traumatiserend bericht over haar spoedige dood voor deze vrouw oplevert.

Hij is de perfecte parasiet. Hij eet de dood van de ander, die dood waartoe de ander niet in staat is, en in dat eten waant hij zich voorbij de dood: In haar vrouwelijke naïviteit denkt de vrouw dat stront niets is om trots op te zijn en dus zo vlug mogelijk moet worden weggespoeld.

Door het coprofiele ceremonieel van de libertijn ondergaat die stront echter een soort transsubstantiatie, waardoor het goddelijk genot dat hij bevat zich werkelijk openbaart en door de libertijn toegeëigend kan worden.

Hierbij heeft de libertijn de angst en de afkeer van de ander nodig. De libertijn geniet van wat voor de andere een absolute grens stelt aan het genot. Het lijkt wel de gerealiseerde utopie van een perfecte democratische en intieme gemeenschap. Iedereen eet en geniet vol verrukking van het product dat iedereen zonder problemen kan afleveren. Uiteraard draait de zaak uit op het somberste eetmaal dat men zich kan voorstellen.

De fascisten genieten van dit fiasco. Zij genieten van de verbijstering en de afkeer van hun slachtoffers, van de wezenloze gezichten van deze jongens en meisjes die zichzelf proberen af te sluiten, zichzelf als het ware proberen dood te maken om deze dood niet te hoeven smaken. De fascisten genieten van de kadaverachtige participatie van hun slachtoffers aan het stronteetmaal, aan hun onvermogen tot genieten, alsof zij tegen hun slachtoffers zeggen: Jullie schijten slecht want tegen jullie zin, met schaamte, zonder grootmoedigheid.

Wij daarentegen houden van jullie in alles, onvoorwaardelijk, we houden zelfs van jullie stront, het meest nog van jullie stront, eigenlijk alleen van jullie stront die zo heerlijk smaakt naar jullie dood die jullie enkel in de schrik kennen. De dood die wij aan jullie zullen onttrekken zal veel groter zijn dan elke dood die jullie in staat zijn te sterven.

Zoals de vrouw voor de libertijnen, zijn de jongeren voor de fascisten de onbewuste, beschaamde, onwillige dragers van een boosaardig-goddelijk genot. Hij geniet in en door en voor God. Hij geniet waar hij zich aan God offert: Alles voor de ander. Het anale subject ervaart slechts lust in het weggeven van iets van zichzelf ter bevrediging van een ander, en is in die zin volledig van die ander afhankelijk. Het bestaat slechts in dat ding dat in de pot verdwijnt en waarvoor het bij de ander goedkeuring oogst.

Deze goedkeuring is er enkel als het ding op de juiste tijd en plaats gedeponeerd wordt. Vandaar dat de anale lust beleefd wordt aan het inhouden van de bevrediging ten behoeve van de ander. Alle formalismen vinden hier hun oorsprong: Het anale subject cijfert zich weg opdat het aan de vraag van de ander tegemoet zou kunnen komen. Het wil niets liever dan bij de ander een verrukking teweegbrengen waarin het zelf als subject geëlimineerd is. Lacan gewaagt zelfs van een eclips van het seksuele — een eclips die uiteraard geseksualiseerd is en een surplus aan genot veroorzaakt.

In het anale fantasma val ik samen met het product van mijn darmen, waarin ik mezelf wegschenk ter vervulling van het verlangen van de ander. Pas door het cadeau-dat-ik-ben komt God niets tekort, en is hij echt God. Mijn oude slip, weet je dat die van een weergaloze verfijndheid is?

Zie je hoe gevoelig ik ben voor de waarde der dingen? Luister, engeltje, mijn grootste verlangen is je verlangen te bevredigen. Ik respecteer alle smaken en grillen. Hij plaatst het meisje in de positie van die fantasmatische ander die door zijn gift totaal zou worden bevredigd. Deze ander is uiteraard moederlijk van aard. In deze scène, misschien de meest pijnlijke van de hele film, is trouwens expliciet sprake van de moeder.

De hertog vernedert het meisje omdat zij in huilen uitbarst wanneer signora Maggi vertelt, dat de dag waarop haar moeder stierf de mooiste dag van haar leven was. Deze cynische opmerking herinnert het meisje eraan dat haar moeder door de fascisten is vermoord. De hertog voegt er aan toe dat moeders geen respect verdienen voor de lekkere neukpartij die tot de geboorte van hun kinderen leidt. De moeder is dus niet meer dan een obsceen genotswezen; haar moederlijke zorg is slechts een dekmantel voor seksuele bevrediging.

Pervers is niet dit fantasma op zich. Het perverse bij uitstek is dat de hertog het meisje letterlijk verplicht de plaats van dit obscene wezen in te nemen. Hij ontsteekt in woede omdat zij zijn anale gift niet op prijs stelt, omdat zij niet toekomt aan die goddelijk-obscene lust aan het abjecte die hij fantasmatisch aan haar toeschrijft, terwijl hij, met zijn in belangeloze dienstbaarheid geplaatste stront, intussen niets liever wil dan het instrument van die lust zijn.

Uiteraard weet hij dat zij dit niet kan, en hij geniet ervan. De woede van de hertog is deel van zijn sadistisch spel. Hij geniet van haar onvermogen om op zijn vraag in te gaan. Een ander voorval is niet minder sprekend. Tijdens een eetmaal staat de schele president op van zijn stoel, laat zijn broek tot aan zijn knieën zakken en buigt zich diep voorover om zijn verlepte achterste aan de aanwezigen te tonen.

Hij schuifelt wat rond en vraagt aanhoudend: Maar juist deze geïntimideerdheid is wat hij zoekt. Zij vormt voor hem het bewijs ex negativo dat een onbekende God zijn prosternatie tenvolle op prijs stelt. Daar gaat het uiteraard altijd om in het sadisme: Zoals gezegd doet de vrouw voor de libertijn dienst als buis van een obscene genotsgod. De vertelsters doen dan weer dienst als supplementaire buizen. Zij zijn immers de kadaverachtige spreekbuizen van de sadistische wellustelingen die zij in hun verhalen tot leven wekken.

Deze neutralisering van de vrouw, haar reductie tot een medium, neemt niet weg dat al die indrukwekkende libertijnen dan toch maar uit de koker van deze dames ontspruiten. De virtualiteit van dit genot wordt des te meer voelbaar doordat Pasolini Sade doorheen zijn  Wirkungsgeschichte  leest.

Vreemd genoeg maakt juist het virtuele dat  Salò  zo moeilijk verteerbaar is: De hele batterij van symbolische ficties die de heren met behulp van de dames in gang hebben gezet, leidt niet tot een reële opwinding of bevrediging.

Integendeel, het doel lijkt juist het in stand houden van het fictieve van dit alles, of beter, van iets in al die verhalen dat onvertelbaar blijft. Vreemd genoeg moet dit fantasma voortdurend worden onderhouden door uitgeleefde vrouwen die door de fascisten zichtbaar seksueel worden geminacht. Voor de vier fascisten mag immers niets aan de verschijning van de vrouwen hun fantasma wakker roepen; enkel hun pornografische verhalen mogen dit, en met deze verhalen maken de vrouwen elke verleiding die nog van hen zou kunnen uitgaan definitief onmogelijk.

Dit komt uiteraard door het totale gebrek aan schaamte waarmee ze over hun seksuele ervaringen vertellen. Ze presenteren zich als perfect afgestemd op de seksuele lust. Signora Viccari leert door middel van een levensgrote pop aan één van de meisjes hoe je een man moet afrukken. Deze vrouwen lijken zo onwerkelijk doordat ze absoluut niet hysterisch zijn. De reeds besproken courtisane van Flaubert droeg nog de tekenen van haar vroegere uitspattingen onder de sluier van haar schone droefheid.

Dat aura missen de dames in  Salò  volledig. Zij rapporteren hun uitspattingen alsof ze uit een overzichtelijke catalogus voorlezen.

Het hele gamma van verleidingstrucs en fetisjistische attributen danspasjes, kokette of zwoele lachjes, geile intonaties, voiles, handschoenen Er bestaat niet de minste onenigheid tussen deze vrouwen en het seksuele. De seksualiteit is bij hen van elke schuld en schaamte ontdaan, en daardoor zijn zij in wezen a-seksuele, dus dode creaturen. Vreemd genoeg hebben de vier fascisten deze vrouwelijke zombies nodig om in het grote libertijnse genot te kunnen geloven.

Het geloof in hun diabolische helden kan enkel levendig worden gehouden door deze dames, die voorwenden dat ze ooit volledig — dat wil zeggen dodelijk — door deze helden zijn bevredigd. Enkel in deze opgedirkte kadaver-vrouwen, die zich perfect volgens de regels van de ars erotica bewegen, die door alle sperma, stront en roedes alleen maar zijn gegroeid, staat voor de fascisten het hemels-helse genot van de libertijnen overeind.

Geïdentificeerd met hun libertijnse voorbeelden zijn de fascisten de  fallus  van dode vrouwen. De virtualiteit van het fascistische genot in  Salò  is precies de virtualiteit die eigen is aan de fallus — in lacaniaanse zin. De fallus is daarom altijd een artificieel, protheseachtig ding. In  Salò  is dit ding in handen van de vertelsters.

Dat deze vrouwen slechts levende reclame zijn voor de libertijnen waarover ze verhalen, kan niet verhelen dat deze libertijnen omgekeerd slechts figuren zijn die deze dames als kleine duiveltjes uit hun oude verhalendoos laten springen en rond zich heen laten dansen. De ongebreideld genietende libertijnen met hun sublieme ejaculaties, waarmee de vier fascisten zich zo graag identificeren, bestaan slechts in het gekoketteer van deze uitgerangeerde dames, in hun kadaverachtige glimlach, in de steriele gebaren waarin ze ieder moment lijken te kunnen verstenen, in deze doodse en theatrale reanimering van de femme fatale die ze ooit waren.

Het grotesk-fallische voorkomen van de libertijnen verraadt dat zij de objecten-instrumenten zijn van het verlangen van de vrouwen, emblemen waarmee deze zich tooien als met hun dood. De fascisten gedragen zich als soevereine meesters, maar dat kunnen ze slechts omdat ze op fantasmatisch niveau het passieve object zijn van een ander die zich aan hen bevredigt en in die bevrediging als het ware vol wordt, zichzelf rond maakt of afsluit.

Ze mogen geen verlangen meer hebben. Van begin tot einde loopt ze in het zwart gekleed. Ze kijkt ofwel somber, ofwel afwezig. Dit maakt haar voor de fascisten tot een onaantastbaar, quasi-abject wezen.

Zij is als een zwart gat waarin elk genot doodvalt. Wanneer de hertog even een huwelijksceremonie onderbreekt om verschillende slachtoffers, bewakers en dames te betasten en te kussen, is zij het enige niet-slachtoffer dat stokstijf, als bevroren, blijft staan.

Zijn hand strijkt slechts heel even langs haar borsten terwijl hij reeds iemand anders omhelst. Als muzikante heeft zij geen inhoudelijke inbreng. Zij ondersteunt de acts en de ceremonieën. De muziek, lijkt Pasolini te zeggen, kan zich niet verzetten, kan niet negeren, kan niet kritiseren, ze kent enkel, vrolijk of oneindig somber, de affirmatie. De participatie van de muzikante is zo perfect dat zij grenst aan afwezigheid.

Het is de participatie van de levend-dode kopiist Bartleby in Melvilles gelijknamige verhaal, de participatie van degene die, zonder kracht, maar in die krachteloosheid onverzettelijk, almaar herhaalt: Het gezicht van de pianiste vertrekt, ze zet haar accordeon aan de kant, en wat doet zij?

Zij brengt voor de eerste keer een cabaretnummer, een lichtvoetige, Franse act waarin ze in dialoog gaat met signora Viccari. Iedereen lacht, zelfs de slachtoffers. Plotseling begint zij evenwel zonder aanleiding verschrikkelijk te schreeuwen. Bij gebrek aan antwoord en om haar gêne van zich af te schudden, imiteert zij met theatrale gebaren het geschreeuw van de muzikante. Dit brengt iedereen aan het lachen, ook de muzikante, die vervolgens de scène verlaat en met een somber gezicht accordeon begint te spelen.

De schreeuw van de muzikante is een schreeuw die zijn eigen impotente theatraliteit bij voorbaat incalculeert. Hij laat, in afgrondelijke ironie, enkel zijn eigen vergetelheid weergalmen. Het is een schreeuw die zichzelf uitwist en enkel een onopvallend, vluchtig spoor van die uitwissing achterlaat. Tegen het einde van de film, wanneer het martelen is begonnen, gooit de muzikante zich uit het raam.

De plof is onhoorbaar. Vanuit het raam zien we haar liggen als een verpletterde zwarte vogel op een zonnige middag. De afwezigheid van muziek is bijna tastbaar.

Hiervan getuigt een opmerking, opgetekend door Albert Speer: Waarom hebben we niet dezelfde als de Japanners, die het offer voor het vaderland als het hoogste beschouwen? Ook de mohammedaanse religie zou voor ons veel geschikter zijn dan nu net het christendom met zijn slappe verdraagzaamheid.

Broeckman,  Strukturalisme , Amsterdam, Athenaeum, , pp. De vraag of Eichmann een banale bureacraat dan wel heimelijk een demonische pervert was, is wellicht naast de kwestie. Het levert een surplus aan genot op wanneer men mensen foltert en vermoordt terwijl men doet alsof het gaat om een puur technische procedure of een hygiënische maatregel. Dit laatste wordt behandeld als een obsceen, vunzig geheim dat met medeplichtigen wordt gedeeld.

Dit kan maar als men zelf op afstand blijft. Misschien kan hier een link worden gelegd met de narcistische fantasie par excellence: Overigens is een dergelijke logica geen monopolie van het manicheïsme. Boven de reeds geciteerde alleenspraak van de nazi zie noot 28 prijkt het volgende citaat uit het boek Job: Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.

Ik wil de kont van uw God niet zien. Een buitenissige wet Het wordt tijd om opnieuw naar  Salò  te kijken. Tegen de fascinatie Salò  is een strenge film.

De dood van de ander eten Het laatste verhaal wordt met een hese grafkelderstem verteld door de in een lang wit kleed gehulde Signora Castella. De fallus van de dode vrouw Zoals gezegd doet de vrouw voor de libertijn dienst als buis van een obscene genotsgod. Deel 3 van deze tekst verschijnt in het volgende nummer van  De Witte Raaf. Noten [1] Overigens gold de katholieke kerk voor Hitler niet als het meest eminente model.

...

Gratis sex bekijken ero massage gelderland


naakte geile meiden grote lul in klein kontje

Hier is echter geen hard bewijs voor, benadrukt hij. Meestal omdat er nog wat sperma achter is gebleven in je urinebuis, waardoor er een opstopping plaatsvindt. Als de rare boog van je straal niet snel normaliseert, kan het zijn dat je wat littekenweefsel of een SOA hebt. Dit is genetisch bepaald, zegt dr.

Mannen die in flauwe toestand al een behoorlijk toestel hebben, groeien meestal iets minder tijdens de erectie. Dit verschilt natuurlijk erg per man, voegt Sonstein hier aan toe.

Meestal ligt het probleem bij stress of relatieproblemen. Als je veel druk voelt of bang bent om te falen, kunnen de problemen zich verergeren. Zo kan je moeite krijgen om een erectie te kweken. Zodra jij je jezelf vertrouwen weer terug wint, verdwijnt dit weer, zegt dr. Zo krijgt de patiënt zijn zelfvertrouwen weer terug.

Sixpack Workoutschema's Home workout Hardlopen Doe de test. Je penis Standjes Meer sex Doe de test. Recepten Eetschema's Eiwit Doe de test. Stress Lezersvragen Doe de test. Grooming Doe de test Lezersvragen Stijltips man en pak. Zo maak je jouw lichaam volledig zomerproof. Sunnery James toont zijn superfitte body voorop de nieuwe Men's Health.

Dit is de indrukwekkende workout en body van rapper Bizzey. Wat fitness met mijn zelfbeeld heeft gedaan. Hoeveel gram eiwit heb je écht nodig op rustdagen? Waarom je echt een keer met je vriendin op roadtrip moet. IPA's zijn beter voor je gezondheid dan normaal bier.

Met deze training verbrand je kcal in 45 minuten. Zes dingen die je moet weten voordat je veganist wordt. Is dit uitshirt van Nieuw-Zeeland één van de dikste releases dit jaar? Bereken je caloriebehoefte, doe de test! Met deze workout bouw je een body als Boomsma. Waarom sex de perfecte afvalmethode is. Plekken die nog gevoeliger zijn dan haar G-spot. Dit achterste, en meer bepaald de anus, is de plaats waarin zij zich de libertijnse apathie het meest eigen heeft gemaakt.

Ze lijkt het ook als haar taak te beschouwen de gevangenen tot die apathie op te leiden. Nadat een meisje wenend en kokhalzend de versgelegde stront van de hertog heeft moeten opeten, zegt zij: Om zich dit apathische, soevereine genot eigen te maken, hebben de vrouwen een zware prijs moeten betalen.

Het zijn wandelende kadavers. Zij zijn niet de fatale vampierenvrouw, zij werden omgekeerd door hun libertijnse meesters uitgezogen en als lege hulzen achtergelaten.

Het zijn onwerkelijke, spookachtige wezens zonder binnenkant. Net voor ze hun kamer uitgaan en de trap afdalen om te gaan optreden in de orgiezaal, glimlachen ze tegen zichzelf in de spiegel. Er is niets doodser en sterieler dan de ceremoniële glimlach die de dames met zichzelf uitwisselen. Het laatste verhaal wordt met een hese grafkelderstem verteld door de in een lang wit kleed gehulde Signora Castella.

Ook de meisjes, die verspreid over de vloer toehoren, zijn in witte gewaden gehuld. Aldus culmineren de verhaalsessies van de dames in een plechtige ode aan een superslechterik die vrouwen als stront behandelt, of beter, die ze met hun stront identificeert. Scatologische motieven komen ook al voor in de hoofse liefde. De dichter prefereert de peniale boven de orale sodomie, en wel omdat deze de toegang tot haar cloaca gesloten houdt.

De penis penetreert maar dient ook als een prop die afsluit en de helse genotssubstantie van de vrouw op afstand houdt. Op die manier doet hij dienst als fallus: Hij neemt de inhoud van de darmen van de meisjes in zijn mond. Maar dat is nog niet het belangrijkste. Het meest wezenlijke is dat de opdracht niet uitgaat van de vrouw.

Het is de man die de vrouw het bevel geeft zich in zijn mond te lozen. Hij is het die zich het goddelijk-duivelse genot, dat volgens zijn fantasma in de leegte van haar cloaca woedt, wil toe-eigenen. Hij zet actief en autoritair in scène hoe hij daadwerkelijk door haar genot wordt overspoeld, terwijl de hoofse dichter met zijn poëzie en omslachtig ceremonieel daar juist een dam tegen opwerpt. Zoals gezegd wordt de grillige vrouw in de hoofse poëzie op de plaats gezet van een afwezige God.

De dichter verkiest de grillige dame omdat hij onbewust vreest dat wat God van hem zou kunnen vragen, veel erger is. De sadeaanse libertijn is uiteraard atheïst. Vanuit dit theologisch fantasma wordt de enorme nadruk op stront, met name op het eten ervan, in bijvoorbeeld  De dagen  enigszins begrijpelijk. Hij is immers een God die stront produceert, dit wil zeggen een God die ervan geniet elke levensvorm tot een amorfe, rottende substantie te herleiden.

De meest radicale manier om zich hiertegen te wapenen, bestaat erin dat men zich met die rottende substantie identificeert. Vandaar dat de stront voor de libertijn de meest goddelijke, precieuze substantie is. Alleen zo kan men deelhebben aan het boosaardige genot van God zelf, een genot dat voorbij elke normale lust ligt —  jenseits des Lustprinzips.

De libertijn die stront eet, is immuun voor de schijtende God, voor zijn ondoorgrondelijke wil tot destructie. Dit is de meest eerbiedwaardige rol die de vrouw toebedeeld krijgt in het sadeaanse universum: Wat de libertijn zich hier laat schenken, is zijn eigen nakende verrotting.

Hij laat zich de eigen dood opdienen door een mooie, kakkende vrouw. De kakkende vrouw incarneert de kakkende God, de God die alles in kak verandert en hierbij oneindig geniet; alleen schijnt de vrouw dit niet te beseffen en daardoor maakt ze van het genot dat in haar darmen woedt niet het juiste gebruik.

De libertijn, die als pervert de wetenschap van het genot meent te bezitten, is daar wel toe in staat. De vrouw heeft de libertijn als leraar of ceremoniemeester nodig om het genot te bevrijden dat ze in zich draagt, dat ze beleeft zonder het te kennen en juist hierdoor eigenlijk niet werkelijk beleeft.

Dit lijkt wel het definitieve einde van de hoofse liefde. Eigenlijk had signora Maggi reeds aan het einde van het tweede hoofdstuk,  De cirkel van de stront , het meest radicale excrementiële fantasma geopenbaard. Dit kan wel zonder overdrijven diabolisch worden genoemd.

De stront van de ter dood veroordeelde windt de libertijn op omdat hij er een product in ziet van haar angst, die doodsangst is, en die voortkomt uit de absolute onmogelijkheid van de vrouw zich aan de dood over te geven, zich weg te geven aan het niets van de dood en daar enig genot aan te beleven.

Wat de libertijn opwindt is dat de vrouw, die zichzelf niet kan weggeven, ondanks zichzelf in haar stront toch iets weggeeft. In het fantasma van de libertijn laat de vrouw het leven, waaraan zij vasthoudt, in haar stront toch los.

De dood die voor haarzelf een afschuwelijke onvermijdelijkheid is, wordt in haar stront een gave. Haar stront is vervuld van angst voor de dood, maar is ook verzadigd van een lust die de keerzijde is van die angst. Het gaat om een dodelijke lust voorbij elk banaal, egoïstisch plezier, een lust waarvan zij niets weet en die de libertijn als het ware komt afromen.

Als een soort libidinale kapitalist strijkt de libertijn de meerwaarde-aan-lust op die — volgens zijn fantasma — het traumatiserend bericht over haar spoedige dood voor deze vrouw oplevert. Hij is de perfecte parasiet. Hij eet de dood van de ander, die dood waartoe de ander niet in staat is, en in dat eten waant hij zich voorbij de dood: In haar vrouwelijke naïviteit denkt de vrouw dat stront niets is om trots op te zijn en dus zo vlug mogelijk moet worden weggespoeld.

Door het coprofiele ceremonieel van de libertijn ondergaat die stront echter een soort transsubstantiatie, waardoor het goddelijk genot dat hij bevat zich werkelijk openbaart en door de libertijn toegeëigend kan worden. Hierbij heeft de libertijn de angst en de afkeer van de ander nodig. De libertijn geniet van wat voor de andere een absolute grens stelt aan het genot. Het lijkt wel de gerealiseerde utopie van een perfecte democratische en intieme gemeenschap.

Iedereen eet en geniet vol verrukking van het product dat iedereen zonder problemen kan afleveren. Uiteraard draait de zaak uit op het somberste eetmaal dat men zich kan voorstellen. De fascisten genieten van dit fiasco. Zij genieten van de verbijstering en de afkeer van hun slachtoffers, van de wezenloze gezichten van deze jongens en meisjes die zichzelf proberen af te sluiten, zichzelf als het ware proberen dood te maken om deze dood niet te hoeven smaken.

De fascisten genieten van de kadaverachtige participatie van hun slachtoffers aan het stronteetmaal, aan hun onvermogen tot genieten, alsof zij tegen hun slachtoffers zeggen: Jullie schijten slecht want tegen jullie zin, met schaamte, zonder grootmoedigheid.

Wij daarentegen houden van jullie in alles, onvoorwaardelijk, we houden zelfs van jullie stront, het meest nog van jullie stront, eigenlijk alleen van jullie stront die zo heerlijk smaakt naar jullie dood die jullie enkel in de schrik kennen. De dood die wij aan jullie zullen onttrekken zal veel groter zijn dan elke dood die jullie in staat zijn te sterven. Zoals de vrouw voor de libertijnen, zijn de jongeren voor de fascisten de onbewuste, beschaamde, onwillige dragers van een boosaardig-goddelijk genot.

Hij geniet in en door en voor God. Hij geniet waar hij zich aan God offert: Alles voor de ander. Het anale subject ervaart slechts lust in het weggeven van iets van zichzelf ter bevrediging van een ander, en is in die zin volledig van die ander afhankelijk.

Het bestaat slechts in dat ding dat in de pot verdwijnt en waarvoor het bij de ander goedkeuring oogst. Deze goedkeuring is er enkel als het ding op de juiste tijd en plaats gedeponeerd wordt. Vandaar dat de anale lust beleefd wordt aan het inhouden van de bevrediging ten behoeve van de ander. Alle formalismen vinden hier hun oorsprong: Het anale subject cijfert zich weg opdat het aan de vraag van de ander tegemoet zou kunnen komen.

Het wil niets liever dan bij de ander een verrukking teweegbrengen waarin het zelf als subject geëlimineerd is. Lacan gewaagt zelfs van een eclips van het seksuele — een eclips die uiteraard geseksualiseerd is en een surplus aan genot veroorzaakt. In het anale fantasma val ik samen met het product van mijn darmen, waarin ik mezelf wegschenk ter vervulling van het verlangen van de ander.

Pas door het cadeau-dat-ik-ben komt God niets tekort, en is hij echt God. Mijn oude slip, weet je dat die van een weergaloze verfijndheid is? Zie je hoe gevoelig ik ben voor de waarde der dingen? Luister, engeltje, mijn grootste verlangen is je verlangen te bevredigen. Ik respecteer alle smaken en grillen. Hij plaatst het meisje in de positie van die fantasmatische ander die door zijn gift totaal zou worden bevredigd.

Deze ander is uiteraard moederlijk van aard. In deze scène, misschien de meest pijnlijke van de hele film, is trouwens expliciet sprake van de moeder. De hertog vernedert het meisje omdat zij in huilen uitbarst wanneer signora Maggi vertelt, dat de dag waarop haar moeder stierf de mooiste dag van haar leven was. Deze cynische opmerking herinnert het meisje eraan dat haar moeder door de fascisten is vermoord. De hertog voegt er aan toe dat moeders geen respect verdienen voor de lekkere neukpartij die tot de geboorte van hun kinderen leidt.

De moeder is dus niet meer dan een obsceen genotswezen; haar moederlijke zorg is slechts een dekmantel voor seksuele bevrediging. Pervers is niet dit fantasma op zich.

Het perverse bij uitstek is dat de hertog het meisje letterlijk verplicht de plaats van dit obscene wezen in te nemen. Hij ontsteekt in woede omdat zij zijn anale gift niet op prijs stelt, omdat zij niet toekomt aan die goddelijk-obscene lust aan het abjecte die hij fantasmatisch aan haar toeschrijft, terwijl hij, met zijn in belangeloze dienstbaarheid geplaatste stront, intussen niets liever wil dan het instrument van die lust zijn.

Uiteraard weet hij dat zij dit niet kan, en hij geniet ervan. De woede van de hertog is deel van zijn sadistisch spel. Hij geniet van haar onvermogen om op zijn vraag in te gaan. Een ander voorval is niet minder sprekend. Tijdens een eetmaal staat de schele president op van zijn stoel, laat zijn broek tot aan zijn knieën zakken en buigt zich diep voorover om zijn verlepte achterste aan de aanwezigen te tonen.

Hij schuifelt wat rond en vraagt aanhoudend: Maar juist deze geïntimideerdheid is wat hij zoekt. Zij vormt voor hem het bewijs ex negativo dat een onbekende God zijn prosternatie tenvolle op prijs stelt. Daar gaat het uiteraard altijd om in het sadisme: Zoals gezegd doet de vrouw voor de libertijn dienst als buis van een obscene genotsgod. De vertelsters doen dan weer dienst als supplementaire buizen.

Zij zijn immers de kadaverachtige spreekbuizen van de sadistische wellustelingen die zij in hun verhalen tot leven wekken. Deze neutralisering van de vrouw, haar reductie tot een medium, neemt niet weg dat al die indrukwekkende libertijnen dan toch maar uit de koker van deze dames ontspruiten. De virtualiteit van dit genot wordt des te meer voelbaar doordat Pasolini Sade doorheen zijn  Wirkungsgeschichte  leest. Vreemd genoeg maakt juist het virtuele dat  Salò  zo moeilijk verteerbaar is: De hele batterij van symbolische ficties die de heren met behulp van de dames in gang hebben gezet, leidt niet tot een reële opwinding of bevrediging.

Integendeel, het doel lijkt juist het in stand houden van het fictieve van dit alles, of beter, van iets in al die verhalen dat onvertelbaar blijft. Vreemd genoeg moet dit fantasma voortdurend worden onderhouden door uitgeleefde vrouwen die door de fascisten zichtbaar seksueel worden geminacht.

Voor de vier fascisten mag immers niets aan de verschijning van de vrouwen hun fantasma wakker roepen; enkel hun pornografische verhalen mogen dit, en met deze verhalen maken de vrouwen elke verleiding die nog van hen zou kunnen uitgaan definitief onmogelijk. Dit komt uiteraard door het totale gebrek aan schaamte waarmee ze over hun seksuele ervaringen vertellen.

Ze presenteren zich als perfect afgestemd op de seksuele lust. Signora Viccari leert door middel van een levensgrote pop aan één van de meisjes hoe je een man moet afrukken. Deze vrouwen lijken zo onwerkelijk doordat ze absoluut niet hysterisch zijn. De reeds besproken courtisane van Flaubert droeg nog de tekenen van haar vroegere uitspattingen onder de sluier van haar schone droefheid.

Dat aura missen de dames in  Salò  volledig. Zij rapporteren hun uitspattingen alsof ze uit een overzichtelijke catalogus voorlezen. Het hele gamma van verleidingstrucs en fetisjistische attributen danspasjes, kokette of zwoele lachjes, geile intonaties, voiles, handschoenen Er bestaat niet de minste onenigheid tussen deze vrouwen en het seksuele.

De seksualiteit is bij hen van elke schuld en schaamte ontdaan, en daardoor zijn zij in wezen a-seksuele, dus dode creaturen.

Vreemd genoeg hebben de vier fascisten deze vrouwelijke zombies nodig om in het grote libertijnse genot te kunnen geloven. Het geloof in hun diabolische helden kan enkel levendig worden gehouden door deze dames, die voorwenden dat ze ooit volledig — dat wil zeggen dodelijk — door deze helden zijn bevredigd. Enkel in deze opgedirkte kadaver-vrouwen, die zich perfect volgens de regels van de ars erotica bewegen, die door alle sperma, stront en roedes alleen maar zijn gegroeid, staat voor de fascisten het hemels-helse genot van de libertijnen overeind.

Geïdentificeerd met hun libertijnse voorbeelden zijn de fascisten de  fallus  van dode vrouwen. De virtualiteit van het fascistische genot in  Salò  is precies de virtualiteit die eigen is aan de fallus — in lacaniaanse zin.

De fallus is daarom altijd een artificieel, protheseachtig ding. In  Salò  is dit ding in handen van de vertelsters. Dat deze vrouwen slechts levende reclame zijn voor de libertijnen waarover ze verhalen, kan niet verhelen dat deze libertijnen omgekeerd slechts figuren zijn die deze dames als kleine duiveltjes uit hun oude verhalendoos laten springen en rond zich heen laten dansen.

De ongebreideld genietende libertijnen met hun sublieme ejaculaties, waarmee de vier fascisten zich zo graag identificeren, bestaan slechts in het gekoketteer van deze uitgerangeerde dames, in hun kadaverachtige glimlach, in de steriele gebaren waarin ze ieder moment lijken te kunnen verstenen, in deze doodse en theatrale reanimering van de femme fatale die ze ooit waren.

Het grotesk-fallische voorkomen van de libertijnen verraadt dat zij de objecten-instrumenten zijn van het verlangen van de vrouwen, emblemen waarmee deze zich tooien als met hun dood. De fascisten gedragen zich als soevereine meesters, maar dat kunnen ze slechts omdat ze op fantasmatisch niveau het passieve object zijn van een ander die zich aan hen bevredigt en in die bevrediging als het ware vol wordt, zichzelf rond maakt of afsluit.

Ze mogen geen verlangen meer hebben. Van begin tot einde loopt ze in het zwart gekleed. Ze kijkt ofwel somber, ofwel afwezig. Dit maakt haar voor de fascisten tot een onaantastbaar, quasi-abject wezen. Zij is als een zwart gat waarin elk genot doodvalt. Wanneer de hertog even een huwelijksceremonie onderbreekt om verschillende slachtoffers, bewakers en dames te betasten en te kussen, is zij het enige niet-slachtoffer dat stokstijf, als bevroren, blijft staan.

Zijn hand strijkt slechts heel even langs haar borsten terwijl hij reeds iemand anders omhelst. Als muzikante heeft zij geen inhoudelijke inbreng. Zij ondersteunt de acts en de ceremonieën. De muziek, lijkt Pasolini te zeggen, kan zich niet verzetten, kan niet negeren, kan niet kritiseren, ze kent enkel, vrolijk of oneindig somber, de affirmatie.

De participatie van de muzikante is zo perfect dat zij grenst aan afwezigheid. Het is de participatie van de levend-dode kopiist Bartleby in Melvilles gelijknamige verhaal, de participatie van degene die, zonder kracht, maar in die krachteloosheid onverzettelijk, almaar herhaalt: Het gezicht van de pianiste vertrekt, ze zet haar accordeon aan de kant, en wat doet zij?

Zij brengt voor de eerste keer een cabaretnummer, een lichtvoetige, Franse act waarin ze in dialoog gaat met signora Viccari. Iedereen lacht, zelfs de slachtoffers. Plotseling begint zij evenwel zonder aanleiding verschrikkelijk te schreeuwen. Bij gebrek aan antwoord en om haar gêne van zich af te schudden, imiteert zij met theatrale gebaren het geschreeuw van de muzikante. Dit brengt iedereen aan het lachen, ook de muzikante, die vervolgens de scène verlaat en met een somber gezicht accordeon begint te spelen.

De schreeuw van de muzikante is een schreeuw die zijn eigen impotente theatraliteit bij voorbaat incalculeert. Hij laat, in afgrondelijke ironie, enkel zijn eigen vergetelheid weergalmen.

Het is een schreeuw die zichzelf uitwist en enkel een onopvallend, vluchtig spoor van die uitwissing achterlaat. Tegen het einde van de film, wanneer het martelen is begonnen, gooit de muzikante zich uit het raam. De plof is onhoorbaar.

Vanuit het raam zien we haar liggen als een verpletterde zwarte vogel op een zonnige middag. De afwezigheid van muziek is bijna tastbaar. Hiervan getuigt een opmerking, opgetekend door Albert Speer: Waarom hebben we niet dezelfde als de Japanners, die het offer voor het vaderland als het hoogste beschouwen?

Ook de mohammedaanse religie zou voor ons veel geschikter zijn dan nu net het christendom met zijn slappe verdraagzaamheid. Broeckman,  Strukturalisme , Amsterdam, Athenaeum, , pp. De vraag of Eichmann een banale bureacraat dan wel heimelijk een demonische pervert was, is wellicht naast de kwestie. Het levert een surplus aan genot op wanneer men mensen foltert en vermoordt terwijl men doet alsof het gaat om een puur technische procedure of een hygiënische maatregel.

Dit laatste wordt behandeld als een obsceen, vunzig geheim dat met medeplichtigen wordt gedeeld. Dit kan maar als men zelf op afstand blijft. Misschien kan hier een link worden gelegd met de narcistische fantasie par excellence: Overigens is een dergelijke logica geen monopolie van het manicheïsme. Boven de reeds geciteerde alleenspraak van de nazi zie noot 28 prijkt het volgende citaat uit het boek Job: Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.

Ik wil de kont van uw God niet zien. Een buitenissige wet Het wordt tijd om opnieuw naar  Salò  te kijken. Tegen de fascinatie Salò  is een strenge film.

De dood van de ander eten Het laatste verhaal wordt met een hese grafkelderstem verteld door de in een lang wit kleed gehulde Signora Castella. De fallus van de dode vrouw Zoals gezegd doet de vrouw voor de libertijn dienst als buis van een obscene genotsgod. Deel 3 van deze tekst verschijnt in het volgende nummer van  De Witte Raaf.

Noten [1] Overigens gold de katholieke kerk voor Hitler niet als het meest eminente model.

...






Geil en nat body to body massage den bosch


De toeschouwer moet aanzien hoe de vier heren een soort avant-gardistische happening hebben opgezet waarin de steeds lichtzinnig geuite, utopische wens tot participatie van de toeschouwer in het onvoorstelbare, werkelijkheid is geworden. Salò  weigert niet alleen de fascinatie voor het abjecte te voeden, de film speelt überhaupt nergens in op fetisjistische neigingen bij de toeschouwer inzoverre de cultus van het abjecte, zoals die bijvoorbeeld in de hedendaagse kunst en kunsttheorie hoogtij viert, niet op zichzelf reeds fetisjistisch is.

Zo zijn we getuige van een schoonheidswedstrijd waarin de heren willen achterhalen wie van hun slachtoffers het meest welgevormde achterste heeft. Maar wijzelf krijgen de achtersten niet te zien. We zien enkel de fascisten die hun tijd nemen om met hun lampen langs de achtersten te glijden, en die intussen commentaar geven, commentaar die overigens niet eens obsceen is. Ook van de erotisering van kledingstukken of andere attributen is er geen spoor.

Barthes wees al op de afwezigheid van striptease bij Sade. Pasolini blijft Sade hier trouw. Het langzame, verleidelijke spel van de onthulling ontbreekt volledig er is enkel een brutale ontkleding door bewakers waarbij je enkel deze laatsten ziet. Wat de vier heren betreft, zij zijn gekleed als gewone burgers. Pasolini maakt geen enkel gebruik van het feit dat de domeinen van het recht, van de kerk en van het leger in het sadistische of masochistische fantasma gemakkelijk met de erotiek van de totale onderwerping worden geassocieerd.

Hij weigert om nog maar eens te tonen hoezeer de gewaden, insignes, de symboliek en het ceremonieel van de macht libidinaal bezet kunnen zijn. Algemeen maakt Pasolini geen enkel gebruik van het bekende sex-appeal van het fascisme, dat in SM-clubs over de hele wereld wordt uitgebuit. De camera aanbidt geen foltertuigen die overigens, afgezien van de eindscènes, ontbreken ; nergens wordt trouwens het machinale in de brede zin van het woord tot fetisj gemaakt. Dit laatste is wèl een verschil met Sade.

De situaties die de heren seksueel exciteren, worden nergens in scènes uitgesmeerd waarvan de toeschouwer met een neurotisch mengsel van afkeer en lust kennis kan nemen. Pasolini maakt ons niet medeplichtig aan de perverse blik van de vier hoge heren, om ons vervolgens weer op die medeplichtigheid te betrappen.

Juist door consequent erotiserende ensceneringen te vermijden, kan Pasolini zo hard en zonder franjes de ensceneringen tonen waarmee de heren in hun villa de tijd verdrijven.

Juist door de afwezigheid van cinematografisch fetisjisme kan het gegeneraliseerd fetisjisme van het  Salò -universum worden gereveleerd. De vier heren eisen dat er door middel van verhalen, die op een cabareteske manier worden gebracht, onophoudelijk seksualiteit in de lucht wordt gepompt. Tevens zetten zij het ene ritueel na het andere op, rituelen die, althans door de jongeren, streng moeten worden gevolgd.

De heren laten zich dus voortdurend onderdompelen in een bad van fictie en theatrale acts. We weten wel wat hen opwindt zij houden ondere andere van — voornamelijk passieve — sodomie, laten zich graag masturberen, hebben een wel zeer eigenaardige voorkeur voor stront en uiteraard voor het vernederen, pijnigen en doden van jonge mensen , maar het blijft onduidelijk in welke mate dit alles hen daadwerkelijk opwindt.

Er spuit in elk geval geen sperma, zoals bij Sade en in harde pornofilms. Er worden evenmin monsterachtige, orgiastische kreten geslaakt; er is zelfs geen zucht of zacht gekerm hoorbaar.

De gezichten vertrekken niet van genot. De president lacht net zo flauw terwijl hij gesodomiseerd wordt, als wanneer hij één van zijn grappen vertelt. De heren blijven roerloos de vertelsters aanstaren terwijl ze zich laten masturberen of de genitaliën van de jongen of het meisje naast hen betasten.

Ze eten stront alsof het dagelijkse kost was. Het meisje is nog niet klaar met op het gezicht van de hertog te urineren, of deze laatste citeert reeds Baudelaire. In een bepaalde scène volstaat het voor de rechter dat een meisje vanaf het toilet toeziet hoe hij in de lavabo urineert. Ze worden gebracht alsof ze zich boven de hoofden van de vier heren moesten uitspreiden als een kleurrijk baldakijn dat hun uitspattingen meer schittering verleent. Maar het tegendeel gebeurt.

Dat ligt niet alleen aan het schrijnend duidelijke feit dat er in de verhalen met volle teugen van seks en geweld wordt genoten, terwijl in  Salò  de meerderheid slechts een uitzichtloos lijden beschoren is. Het komt ook doordat het genot dat de verhalen bij de vier heren teweegbrengen, armoedig, ja zelfs nauwelijks merkbaar is.

In de korte perverse gestes waarmee ze af en toe de vertelling onderbreken, lezen we geen spoor van genot. De idee van een transgressie, van een afkeer die omslaat in extatische overgave, lijkt daarmee ver weg.

De toeschouwer die iets over de film heeft opgevangen of die wat in Sades roman heeft gebladerd, heeft steeds het gevoel dat alles nog moet beginnen: De verhalen zijn pikant en, naar het einde van de film, steeds gewelddadiger. De grote helden en connaisseurs van de wellust passeren de revue. Elk verhaal eindigt er mee dat indrukwekkende penissen, als waren het tuinslangen, krachtige witte stralen spuiten.

De vertelsters spelen voor de vier fascisten de rol van in de wellust onderlegde  femmes fatales. Hun spel is echter grotesk, en dat niet alleen door de context waarin zij dat spel spelen, of omdat het duidelijk gaat om vrouwen die hun beste tijd gehad hebben. Het is grotesk omdat de vrouwen worden ingezet als propagandisten van een, in haar rücksichtslose wreedheid, sublieme mannelijke viriliteit. Daarmee geeft de figuur van de femme fatale haar aura prijs. In Lacans séminaire over de ethiek geldt zij als een paradigma van de sublimatie.

Voor de dichter-aanbidder doet zij dienst als een soort sublieme stoplap die het tekort in de symbolische orde afdekt. De grillen en absurde eisen die de dichter zich vanwege zijn Dame laat welgevallen, maken zijn finale onwetendheid over wat de Ander van hem verlangt draaglijk. Zij wordt steeds weer opgevoerd als een wrede, grillige, wraakzuchtige mannenverslindster.

Haar schoonheid is altijd koud en ongenaakbaar, en betovert des te meer doordat haar lichaam en ziel de sporen dragen van de talloze uitspattingen waaraan zij zich ooit heeft overgegeven, of: Dit laatste blijft dubbelzinnig, en eigenlijk ontleent zij haar betovering pas aan deze dubbelzinnigheid.

Doordat zij in een duister verleden misbruikt en vernederd werd, is er iets onschuldig aan haar koude wraakzucht en seksuele onverzadigbaarheid. Haar cynisme is dat van een wanhopige, gekwetste vrouwenziel. De seksuele uitspattingen tooiden haar met helse schoonheid.

Zou zij zonder die orgieën die zelfmoordglimlach hebben gehad die haar het voorkomen gaf van een dode, opgestaan om de liefde te bedrijven? De courtisane in Flauberts verhaal fascineert de jonge en onervaren jongeling omdat zij de schaamteloze wellust belichaamt, maar tegelijk ook omdat zij ongelukkig is, omdat zij doorheen al haar seksuele ervaringen grondig onbevredigd is gebleven.

Kortom, bij de decadente schrijvers heeft de femme fatale veel minder van een eeuwig onbevredigde hysterica, maar wordt zij de ondubbelzinnige incarnatie van een boosaardig, dodelijk genot. Eigenlijk is het steeds Juliette, hoofdfiguur van Sades  Juliette ou les prospérités du vice , die hier als model dient.

In tegenstelling tot haar zuster Justine, het eeuwige slachtoffer, geniet Juliette van alles wat haar overkomt. Pasolini, die zei dat hij pas de definitieve beslissing nam om Sade te verfilmen na lezing van Blanchots Sade-essay, neemt Blanchots idee over de soevereiniteit ernstig, en dit op een manier die hij nooit kon voorzien.

De hoerenmadams die hij in  Salò  opvoert, zijn gewoon dames die in hun libertijns examen zijn geslaagd, en die hun opperste best doen om hiervan in hun verhalen te getuigen. In de hoofse liefde trachtte de troubadour wanhopig het verlangen van de vrouw te ontcijferen.

Tegen de kwellende onmogelijkheid daarvan beschermde hij zich door de sublimatie. Zijn kunst bestaat erin de schijnbewegingen die de Dame maakt, de obstakels die zij opwerpt, libidinaal te bezetten.

Hij veinst zelf die obstakels op te werpen, hij eigent ze zich toe. De Duitse cabarets van de jaren twintig en dertig, druk bezocht door Duitse officieren en SS-ers, cultiveerden een gelijkaardig vrouwbeeld. Het is duidelijk dat Pasolini ook hieraan refereert. Salò  biedt een kort, ontluisterend overzicht van de vooroorlogse, Europese cabaret- en variétécultuur.

In de loop van de film wordt alles steeds ernstiger en daarmee ook grotesker. De eerste vertelster is een karikatuur van Franse koketterie. De tweede, die de coprofiele fantasieën van de heren moet aandikken, meet zich Marlène Dietrichachtige allures aan.

De derde speelt een soort Duitse ijskoningin, met zwoele, dreigende stem. Niets is de  Salò -fascisten echter vreemder dan de cultus van de Vrouw. Zij ensceneren die hele poppenkast juist om aan de impotente fascinatie voor het koude mysterie van de femme fatale te ontkomen. Eigenlijk keren zij de zaak gewoon om: Hierbij leggen de vrouwen er graag de nadruk op dat deze mannen dat deden zonder enige consideratie voor hun vrouwelijkheid.

Immers, net zoals de vier heren zelf hebben alle perverten uit hun verleden een afkeer van de vagina, en prefereren zij de anus, inclusief datgene wat deze produceert Als signora Maggi op verzoek van één van de heren haar rok opheft om haar vermaarde achterste te tonen, waarbij ze zegt dat ook zij de voorkeur geeft aan dit deel van haar lichaam, dan identificeert zij zich volledig met de apathie waarmee mannen haar langs die kant hebben genomen en ook nu nog bekijken.

Het is nog in een ander opzicht een wegwerpding, namelijk als dat deel waarin de vrouw ervan geniet als wegwerpding, als stront behandeld te worden. Dit achterste, en meer bepaald de anus, is de plaats waarin zij zich de libertijnse apathie het meest eigen heeft gemaakt. Ze lijkt het ook als haar taak te beschouwen de gevangenen tot die apathie op te leiden.

Nadat een meisje wenend en kokhalzend de versgelegde stront van de hertog heeft moeten opeten, zegt zij: Om zich dit apathische, soevereine genot eigen te maken, hebben de vrouwen een zware prijs moeten betalen. Het zijn wandelende kadavers. Zij zijn niet de fatale vampierenvrouw, zij werden omgekeerd door hun libertijnse meesters uitgezogen en als lege hulzen achtergelaten. Het zijn onwerkelijke, spookachtige wezens zonder binnenkant. Net voor ze hun kamer uitgaan en de trap afdalen om te gaan optreden in de orgiezaal, glimlachen ze tegen zichzelf in de spiegel.

Er is niets doodser en sterieler dan de ceremoniële glimlach die de dames met zichzelf uitwisselen. Het laatste verhaal wordt met een hese grafkelderstem verteld door de in een lang wit kleed gehulde Signora Castella. Ook de meisjes, die verspreid over de vloer toehoren, zijn in witte gewaden gehuld. Aldus culmineren de verhaalsessies van de dames in een plechtige ode aan een superslechterik die vrouwen als stront behandelt, of beter, die ze met hun stront identificeert. Scatologische motieven komen ook al voor in de hoofse liefde.

De dichter prefereert de peniale boven de orale sodomie, en wel omdat deze de toegang tot haar cloaca gesloten houdt. De penis penetreert maar dient ook als een prop die afsluit en de helse genotssubstantie van de vrouw op afstand houdt. Op die manier doet hij dienst als fallus: Hij neemt de inhoud van de darmen van de meisjes in zijn mond. Maar dat is nog niet het belangrijkste.

Het meest wezenlijke is dat de opdracht niet uitgaat van de vrouw. Het is de man die de vrouw het bevel geeft zich in zijn mond te lozen. Hij is het die zich het goddelijk-duivelse genot, dat volgens zijn fantasma in de leegte van haar cloaca woedt, wil toe-eigenen. Hij zet actief en autoritair in scène hoe hij daadwerkelijk door haar genot wordt overspoeld, terwijl de hoofse dichter met zijn poëzie en omslachtig ceremonieel daar juist een dam tegen opwerpt.

Zoals gezegd wordt de grillige vrouw in de hoofse poëzie op de plaats gezet van een afwezige God. De dichter verkiest de grillige dame omdat hij onbewust vreest dat wat God van hem zou kunnen vragen, veel erger is. De sadeaanse libertijn is uiteraard atheïst.

Vanuit dit theologisch fantasma wordt de enorme nadruk op stront, met name op het eten ervan, in bijvoorbeeld  De dagen  enigszins begrijpelijk. Hij is immers een God die stront produceert, dit wil zeggen een God die ervan geniet elke levensvorm tot een amorfe, rottende substantie te herleiden. De meest radicale manier om zich hiertegen te wapenen, bestaat erin dat men zich met die rottende substantie identificeert.

Vandaar dat de stront voor de libertijn de meest goddelijke, precieuze substantie is. Alleen zo kan men deelhebben aan het boosaardige genot van God zelf, een genot dat voorbij elke normale lust ligt —  jenseits des Lustprinzips. De libertijn die stront eet, is immuun voor de schijtende God, voor zijn ondoorgrondelijke wil tot destructie. Dit is de meest eerbiedwaardige rol die de vrouw toebedeeld krijgt in het sadeaanse universum: Wat de libertijn zich hier laat schenken, is zijn eigen nakende verrotting.

Hij laat zich de eigen dood opdienen door een mooie, kakkende vrouw. De kakkende vrouw incarneert de kakkende God, de God die alles in kak verandert en hierbij oneindig geniet; alleen schijnt de vrouw dit niet te beseffen en daardoor maakt ze van het genot dat in haar darmen woedt niet het juiste gebruik. De libertijn, die als pervert de wetenschap van het genot meent te bezitten, is daar wel toe in staat.

De vrouw heeft de libertijn als leraar of ceremoniemeester nodig om het genot te bevrijden dat ze in zich draagt, dat ze beleeft zonder het te kennen en juist hierdoor eigenlijk niet werkelijk beleeft. Dit lijkt wel het definitieve einde van de hoofse liefde. Eigenlijk had signora Maggi reeds aan het einde van het tweede hoofdstuk,  De cirkel van de stront , het meest radicale excrementiële fantasma geopenbaard.

Dit kan wel zonder overdrijven diabolisch worden genoemd. De stront van de ter dood veroordeelde windt de libertijn op omdat hij er een product in ziet van haar angst, die doodsangst is, en die voortkomt uit de absolute onmogelijkheid van de vrouw zich aan de dood over te geven, zich weg te geven aan het niets van de dood en daar enig genot aan te beleven.

Wat de libertijn opwindt is dat de vrouw, die zichzelf niet kan weggeven, ondanks zichzelf in haar stront toch iets weggeeft. In het fantasma van de libertijn laat de vrouw het leven, waaraan zij vasthoudt, in haar stront toch los. De dood die voor haarzelf een afschuwelijke onvermijdelijkheid is, wordt in haar stront een gave.

Haar stront is vervuld van angst voor de dood, maar is ook verzadigd van een lust die de keerzijde is van die angst. Het gaat om een dodelijke lust voorbij elk banaal, egoïstisch plezier, een lust waarvan zij niets weet en die de libertijn als het ware komt afromen.

Als een soort libidinale kapitalist strijkt de libertijn de meerwaarde-aan-lust op die — volgens zijn fantasma — het traumatiserend bericht over haar spoedige dood voor deze vrouw oplevert. Hij is de perfecte parasiet. Hij eet de dood van de ander, die dood waartoe de ander niet in staat is, en in dat eten waant hij zich voorbij de dood: In haar vrouwelijke naïviteit denkt de vrouw dat stront niets is om trots op te zijn en dus zo vlug mogelijk moet worden weggespoeld.

Door het coprofiele ceremonieel van de libertijn ondergaat die stront echter een soort transsubstantiatie, waardoor het goddelijk genot dat hij bevat zich werkelijk openbaart en door de libertijn toegeëigend kan worden.

Hierbij heeft de libertijn de angst en de afkeer van de ander nodig. De libertijn geniet van wat voor de andere een absolute grens stelt aan het genot. Het lijkt wel de gerealiseerde utopie van een perfecte democratische en intieme gemeenschap. Iedereen eet en geniet vol verrukking van het product dat iedereen zonder problemen kan afleveren. Uiteraard draait de zaak uit op het somberste eetmaal dat men zich kan voorstellen.

De fascisten genieten van dit fiasco. Zij genieten van de verbijstering en de afkeer van hun slachtoffers, van de wezenloze gezichten van deze jongens en meisjes die zichzelf proberen af te sluiten, zichzelf als het ware proberen dood te maken om deze dood niet te hoeven smaken.

De fascisten genieten van de kadaverachtige participatie van hun slachtoffers aan het stronteetmaal, aan hun onvermogen tot genieten, alsof zij tegen hun slachtoffers zeggen: Jullie schijten slecht want tegen jullie zin, met schaamte, zonder grootmoedigheid. Wij daarentegen houden van jullie in alles, onvoorwaardelijk, we houden zelfs van jullie stront, het meest nog van jullie stront, eigenlijk alleen van jullie stront die zo heerlijk smaakt naar jullie dood die jullie enkel in de schrik kennen.

De dood die wij aan jullie zullen onttrekken zal veel groter zijn dan elke dood die jullie in staat zijn te sterven. Zoals de vrouw voor de libertijnen, zijn de jongeren voor de fascisten de onbewuste, beschaamde, onwillige dragers van een boosaardig-goddelijk genot. Hij geniet in en door en voor God. Hij geniet waar hij zich aan God offert: Alles voor de ander. Het anale subject ervaart slechts lust in het weggeven van iets van zichzelf ter bevrediging van een ander, en is in die zin volledig van die ander afhankelijk.

Het bestaat slechts in dat ding dat in de pot verdwijnt en waarvoor het bij de ander goedkeuring oogst. Deze goedkeuring is er enkel als het ding op de juiste tijd en plaats gedeponeerd wordt. Vandaar dat de anale lust beleefd wordt aan het inhouden van de bevrediging ten behoeve van de ander. Alle formalismen vinden hier hun oorsprong: Het anale subject cijfert zich weg opdat het aan de vraag van de ander tegemoet zou kunnen komen.

Het wil niets liever dan bij de ander een verrukking teweegbrengen waarin het zelf als subject geëlimineerd is. Lacan gewaagt zelfs van een eclips van het seksuele — een eclips die uiteraard geseksualiseerd is en een surplus aan genot veroorzaakt. In het anale fantasma val ik samen met het product van mijn darmen, waarin ik mezelf wegschenk ter vervulling van het verlangen van de ander.

Pas door het cadeau-dat-ik-ben komt God niets tekort, en is hij echt God. Mijn oude slip, weet je dat die van een weergaloze verfijndheid is? Zie je hoe gevoelig ik ben voor de waarde der dingen? Luister, engeltje, mijn grootste verlangen is je verlangen te bevredigen.

Ik respecteer alle smaken en grillen. Hij plaatst het meisje in de positie van die fantasmatische ander die door zijn gift totaal zou worden bevredigd. Deze ander is uiteraard moederlijk van aard. In deze scène, misschien de meest pijnlijke van de hele film, is trouwens expliciet sprake van de moeder. De hertog vernedert het meisje omdat zij in huilen uitbarst wanneer signora Maggi vertelt, dat de dag waarop haar moeder stierf de mooiste dag van haar leven was.

Deze cynische opmerking herinnert het meisje eraan dat haar moeder door de fascisten is vermoord. De hertog voegt er aan toe dat moeders geen respect verdienen voor de lekkere neukpartij die tot de geboorte van hun kinderen leidt. De moeder is dus niet meer dan een obsceen genotswezen; haar moederlijke zorg is slechts een dekmantel voor seksuele bevrediging.

Pervers is niet dit fantasma op zich. Het perverse bij uitstek is dat de hertog het meisje letterlijk verplicht de plaats van dit obscene wezen in te nemen. Hij ontsteekt in woede omdat zij zijn anale gift niet op prijs stelt, omdat zij niet toekomt aan die goddelijk-obscene lust aan het abjecte die hij fantasmatisch aan haar toeschrijft, terwijl hij, met zijn in belangeloze dienstbaarheid geplaatste stront, intussen niets liever wil dan het instrument van die lust zijn.

Uiteraard weet hij dat zij dit niet kan, en hij geniet ervan. De woede van de hertog is deel van zijn sadistisch spel. Hij geniet van haar onvermogen om op zijn vraag in te gaan. Een ander voorval is niet minder sprekend. Tijdens een eetmaal staat de schele president op van zijn stoel, laat zijn broek tot aan zijn knieën zakken en buigt zich diep voorover om zijn verlepte achterste aan de aanwezigen te tonen. Net zoals de paar overgebleven druppels urine, duurt het soms ook even voordat de laatste resten sperma de zwaartekracht ontdekken.

Sonstein zegt dat de reden dat er soms nog wat na lekt, dezelfde reden is als die van de nadruppelende urine. Het komt niet door het vocht, maar door de temperatuur van het vocht. Kou en water met een temperatuur lager dan die van je eigen lichaam veroorzaken het krimpen van je onderstel.

Je scrotum hangt buiten je lichaam, omdat het een zeer specifieke temperatuur nodig heeft om optimaal te werken. Spieren in je ballen — en de spermaleider die van je penis naar de beiden testikels loopt — knijpen samen als ze in contact komen met kou.

Dit brengt je scrotum dichterbij je lichaam, waar het warmer is. Tegelijkertijd spannen de spieren in de penis zich ook aan, waardoor deze verkleint, legt dr. Het tegenovergestelde gebeurt overigens op het moment dat je met warmte in aanraking komt.

Je testosteronlevel piekt in de nacht, wat een belangrijke reden is dat je penis opeens erg aanwezig kan zijn. Sonstein krijg je ook erecties om je sexuele functies op peil te houden — ook als je niet opgewonden bent. Dat verklaart dus ook de namiddag ik-zit-achter-het-stuur-en-gaap-erectie. Ook dit is waarschijnlijk te wijten of danken aan je verhoogde testosteronlevel in de nachtelijke uren.

Een natte droom kan volgens de dokter ook komen doordat er te veel tijd tussen twee orgasmes zit, en je lichaam plaats maakt voor een nieuwe, verse spermavoorraad. Hier is echter geen hard bewijs voor, benadrukt hij. Meestal omdat er nog wat sperma achter is gebleven in je urinebuis, waardoor er een opstopping plaatsvindt.

Als de rare boog van je straal niet snel normaliseert, kan het zijn dat je wat littekenweefsel of een SOA hebt. Dit is genetisch bepaald, zegt dr. Mannen die in flauwe toestand al een behoorlijk toestel hebben, groeien meestal iets minder tijdens de erectie. Dit verschilt natuurlijk erg per man, voegt Sonstein hier aan toe. Meestal ligt het probleem bij stress of relatieproblemen. Als je veel druk voelt of bang bent om te falen, kunnen de problemen zich verergeren.

Zo kan je moeite krijgen om een erectie te kweken. Zodra jij je jezelf vertrouwen weer terug wint, verdwijnt dit weer, zegt dr. Zo krijgt de patiënt zijn zelfvertrouwen weer terug. Sixpack Workoutschema's Home workout Hardlopen Doe de test. Je penis Standjes Meer sex Doe de test. Recepten Eetschema's Eiwit Doe de test. Stress Lezersvragen Doe de test. Grooming Doe de test Lezersvragen Stijltips man en pak.

naakte geile meiden grote lul in klein kontje